VVD stelt vragen over vliegverbindingen Schiphol naar Midden-Oosten

De VVD heeft vragen gesteld naar aanleiding van het luchtvaartverdrag tussen Amsterdam en Dubai.

Inbreng VVD Fractie Schriftelijk Overleg Luchtvaartmarkt tussen Amsterdam en Dubai
5 september 2018

 
De leden van de VVD-fractie hebben kennis genomen  van het schriftelijk overleg Luchtvaartmarkt tussen Amsterdam en Dubaï. Zij hebben hierover nog de volgende vragen:

De VVD fractie vraagt zich af hoe het staat met de uitwerking van  motie Amhaouch / Dijkstra (motie 31 936 nr. 486) die verzoekt om de verkeers- en vervoersontwikkeling op de luchtvaartmarkt tussen Amsterdam en Dubai scherp te monitoren en zo nodig in te grijpen als blijkt dat de afspraken uit het luchtvaartverdrag tussen Nederland en de Verenigde Arabische Emiraten worden geschonden?

Tevens vraagt de VVD fractie zich af of de minister bekend is met het in januari 2015 uitgebrachte Amerikaanse onderzoeksrapport ‘Restoring Open Skies: Addressing Subsidized Competition from State-Owned Airlines in Qatar and the UAE’ waaruit blijkt dat de luchtvaartmaatschappijen Qatar Airways, Etihad Airways en Emirates Airline in de periode 2004-2014 minimaal 42,3 miljard euro aan subsidies en andere oneigenlijke voordelen hebben ontvangen van de overheden van Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten? Zo ja, wat vindt u van deze onderzoeksresultaten? Hoe verhoudt dit zich tot de uitspraak in de Kamerbrief van 20 juni (Kamerstuk 31936, nr. 488) ´De drie «Gulf carriers» werden beschuldigd van vermeende oneerlijke concurrentie als gevolg van onrechtmatige staatsteun. Voor dit laatste is geen bewijs geleverd (…)’?

De VVD fractie vraagt zich af wat de minister vindt in dit kader van de jaarrekening 2014-2015 van Qatar Airways waaruit blijkt dat de overheid van Qatar zijn 100% eigendom van de Qatar Aviation Lease Company (QALC) voor niets heeft overgedragen aan Qatar Airways waarbij in deze overdracht 72 vliegtuigen, vermogen en andere goederen met een totale waarde van 5 miljard dollar zaten?

In de Kamerbrief van 20 juni (Kamerstuk 31936, nr. 488) heeft de VVD fractie kunnen lezen dat onlangs tussen de Amerikaanse maatschappijen en die uit de VAE afgesproken is de beschuldigen over vermeende oneerlijke concurrentie als gevolg van onrechtmatige staatsteun voorlopig te laten rusten. Is het de minister echter bekend dat de Amerikaanse overheid nog steeds in onderhandeling is met de overheden van Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten om te komen tot een akkoord waarin de luchtvaartmaatschappijen van laatste genoemde staten volledige financiele transparantie moeten beloven als voorwaarde voor het ontvangen van extra landingsrechten in de VS?

In de Kamerbrief van 20 juni (Kamerstuk 31936, nr. 488) heeft de VVD fractie tevens kunnen lezen dat de Europese Commissie heeft aangekondigd een onderzoek naar bewijs voor oneigenlijke staatssteun en prijsdumping niet door te zetten. Wat zijn de redenen dat de Europese Commissie dit onderzoek niet heeft doorgezet ondanks het verzoek van de Nederlandse overheid om dit wel te doen op basis van de breed aangenomen motie Bashir/Elias (Kamerstuk 31936, nr. 254) waarin de regering wordt verzocht ‘om in Europees verband in beeld te brengen waardoor oneerlijke concurrentie ontstaat en welke mogelijkheden er vanuit Europa zijn om te komen tot een gelijk speelveld’?

De VVD fractie vraagt zich af wat de inzet is van de Nederlandse overheid in de triloog-onderhandelingen tussen Europese Commissie, Europees Parlement en Raad om te komen tot een heldere en afdwingbare herziene Verordening 868/2004 inzake de bescherming van de mededinging in de luchtvaart? Kunt u op dit dossier aangeven hoe op dit moment het krachtenveld is tussen en binnen deze Europese instellingen?

De VVD fractie vraagt zich af of er toegelicht kan worden, gegeven de begrenzing van 500.000 vliegbewegingen op Schiphol die nu al gerealiseerd wordt, in hoeverre een derde door Emirates uitgevoerde vlucht van Amsterdam naar Dubai toegevoegde waarde heeft voor de kwaliteit van het netwerk van Schiphol in vergelijking tot het faciliteren van vluchten naar unieke bestemmingen die nog niet met Schiphol zijn verbonden?

In hoeverre verhoudt zich het huidige capaciteitsaanbod van tweemaal een Airbus 380 van Emirates, dat een veelvoud van de lokale marktbehoefte tussen Nederland en Dubai is, tot artikel 9.2 uit de luchtvaartovereenkomst tussen Nederland en de Verenigde Arabische Emiraten waarin staat dat de diensten nauwkeurig dienen te worden afgestemd en in de eerste plaats ten doel hebben om de behoefte van vervoer tussen het grondgebied van beide partijen te faciliteren?

Vooral de uitbreiding met een derde vlucht lijkt geen enkele relatie meer te hebben met bovengenoemd principe gegeven het feit dat de huidige capaciteit al ruimschoots de lokale marktbehoefte dekt. Deze capaciteit heeft dus alleen als doel om vervoersstromen tussen Nederland en Azie/Afrika) te verplaatsen  van de hub Schiphol naar de hub Dubai hetgeen zeer schadelijk is voor zowel de Nederlandse bereikbaarheid, werkgelegenheid en economie. Kunt u aangeven waarom u van mening bent dat deze voorgenomen dienst zich toch houdt aan de bepalingen in de luchtvaartovereenkomst tussen Nederland en de Verenigde Arabische Emiraten?

In oktober 2013 heeft de directeur luchtvaart van uw ministerie al in een brief (zie bijlage) aan de overheid van de Verenigde Arabische Emiraten aangegeven dat met de komst van de tweede Emirates vlucht tussen Amsterdam en Dubai de capaciteitsbalans tussen de landen mogelijk wordt verstoord in het kader van de bepalingen in artikel 9 uit de luchtvaartovereenkomst tussen beide landen. Kunt u aangeven hoe de geuite zorgen in deze brief over een tweede vlucht van Emirates zich verhouden tot het nu toestaan van zelfs een derde vlucht van Emirates tussen Amsterdam en Dubai?