Toelating van de Stint

Voor de VVD staat de veiligheid voorop.

 

Nadat de Stint jarenlang in Nederland en zonder problemen op de weg heeft gereden, werd iedereen ruw wakker geschud door het vreselijke ongeval in Oss waar vier kinderen om het leven kwamen. De pijn voor de nabestaanden blijft groot.

 

Als het gaat om de toelating van het voertuig, laten wij nu terugkijken en lessen trekken. Welke lessen zijn er te trekken? vraag ik de Minister.

 

Hoe kijken wij met elkaar terug op ieders rol? Die van het Ministerie, de taken en rollen van instanties als het RDW en de SWOV?

 

Hoe kijkt de Kamer naar haar eigen functioneren ten tijde van toelating en de creatie van een categorie bijzondere bromfietsen?

Hadden we het goed geregeld, of niet?

 

Het is triest te moeten constateren dat een dramatisch ongeval nodig was om ons te wijzen, op een proces van jaren terug, dat achteraf gezien, niet goed was.

 

De Onderzoeksraad Voor Veiligheid geeft ons heldere aanknopingspunten. Hun conclusie is niet mals:

 

Dat bij de nationale besluitvorming over licht gemotoriseerde voertuigen de voertuigveiligheid en de consequenties van de toelating voor de verkeersveiligheid onvoldoende wordt meegewogen.

 

Dat geldt voor zowel de groep bijzondere bromfietsen (waartoe de Stint behoort) die via een nationale procedure worden toegelaten, als ook voor elektrische (bak)fietsen en de gemotoriseerde gehandicaptenvoertuigen waarmee op basis van de vrijstelling, zonder toelating aan het verkeer mag worden deelgenomen.’

De Kamer treft hier zelf ook blaam en menig politieke partij wilde dit type innovatieve elektrische voertuigen makkelijk toegelaten zien op de openbare weg.


Het toelatingsproces was met de kennis van nu niet op orde. Zo was de toetsing van de remweg achteraf gezien discutabel (het voertuig moest een bepaalde remvertraging hebben, of binnen een bepaalde afstand stilstaan).

 

Ook er is na de eerste toelating geen zicht meer op veranderende versies van het voertuig geweest. Dat was toen een keuze met als gevolg dat er grote verschillen konden ontstaan tussen toelating en de gebruikelijke evolutie van een voertuig en niet meer tussentijds getoetst werd.

 

De vraag is ook of de Stint met personenvervoer eigenlijk wel geschikt was voor plaatsing in deze categorie bijzondere bromfiets, eentje die voor de Segway bedacht was. Hoewel begrijpelijk in de context van 2007 tot 2012 waarbij innovatie centraal stond en het “ja, mits-principe” goldt, moeten we met de kennis van nu dit betreuren.

 

Voorzitter, het is daarom goed dat de Minister de aanbevelingen overneemt.

 

Dat  opmerkingen en eisen van de RDW en SWOV niet genegeerd worden.

Zij hebben expertise in huis.

 

De politiek moet verkeersspecialisten hun werk laten doen als het gaat om veiligheidsbeoordelingen.

 

Ook is helder dat het tijdelijke kader nodig is zolang we geen wetgeving hebben, maar de VVD zou graag snel duidelijkheid geven. Laten we ook reeds toegelaten en nieuwe (vrijgestelde) voertuigen opnieuw gaan bekijken. Wat kan de Minister daarover zeggen?

 

Dat we bovenop technische eisen, ook eisen gaan stellen aan bestuurders en plek op de weg van een voertuig, is eveneens logisch.

 

De VVD trekt lessen uit de gemaakte keuzes in het verleden en nu moeten wij ervoor zorgen dat de verkeersveiligheid in Nederland beter gewaarborgd is.